Voor de meeste bedrijven is de beste internationale SEO-structuur één domein met een submap per taal of land, zoals voorbeeld.nl/de/ en voorbeeld.nl/fr/. Kies alleen voor losse landdomeinen (.de, .be, .fr) als een markt een eigen team, eigen aanbod of eigen hosting nodig heeft. Daarna komt het echte werk, en daar gaat het vaak mis: hreflang die in beide richtingen klopt, canonicals die daar niet mee botsen, geen automatische redirects op IP-adres en een aparte meting per markt. Zonder dat fundament werkt geen enkele structuur.

Nebber
nebber.nl
Maak internationale SEO technisch sterk
Ramon Gulikers combineert 19 jaar SEO-ervaring met technische optimalisatie en samenwerking met webprofessionals om organisch verkeer te verbeteren.

Neem contact op met Ramon

Kort samengevat

  • Begin met de vraag of je een taal, een land of allebei target. Dat bepaalt de URL-codes en de hreflang-opzet.
  • Submappen zijn de standaard. Alle linkwaarde blijft in één domein. Landdomeinen alleen als de organisatie per land echt apart draait.
  • Hreflang werkt alleen als elke versie naar zichzelf en naar alle andere versies verwijst. Eenrichtingsverkeer wordt genegeerd.
  • Canonical wijst altijd naar de eigen taalversie, nooit naar de Engelse of Nederlandse “hoofdpagina”.
  • Meet per markt. Eén Search Console-property voor tien landen verbergt waar het lekt.

Inhoudsopgave

Eerst de vraag: taal, land of allebei?

Google maakt een helder onderscheid. Een meertalige website heeft content in meer dan één taal, een multiregionale website richt zich expliciet op gebruikers in verschillende landen. Veel sites zijn allebei.

Dat verschil klinkt academisch, maar het bepaalt je hele opzet.

  • Alleen taal. Je verkoopt een SaaS-product en de prijs, levering en voorwaarden zijn overal gelijk. Dan is /de/ voor Duitstaligen genoeg, of ze nu in Duitsland, Oostenrijk of Zwitserland zitten.
  • Taal plus land. Je verkoopt fysieke producten met andere prijzen, btw en levertijden per land. Dan heb je /de-de/ en /de-at/ nodig, of /nl-nl/ en /nl-be/.
  • Alleen land. Komt weinig voor. Meestal hoort er toch een taal bij.

Een Nederlandse webshop die naar België gaat, is het klassieke voorbeeld. Zelfde taal, andere markt. Wie dat behandelt als één taalversie, laat Vlaamse klanten Nederlandse verzendkosten zien. Dat kost conversie, elke dag.

Voor de bredere afweging welke landen je wanneer opent, lees je ons stuk over een internationale SEO-strategie met een technisch fundament.

Drie structuren naast elkaar

Er zijn drie gangbare opties. Een vierde, taal via een parameter (?lang=de) of via cookies, valt af. Google adviseert expliciet een aparte URL per taalversie in plaats van cookies of browserinstellingen, omdat Googlebot meestal vanuit de VS crawlt en geen taalvoorkeur meestuurt. Wat Googlebot niet ziet, bestaat niet.

Criterium Submap (voorbeeld.nl/de/) Subdomein (de.voorbeeld.nl) Landdomein (voorbeeld.de)
Linkwaarde Gedeeld met het hoofddomein Deels gedeeld, vaak als aparte site gezien Begint per domein bij nul
Geo-signaal Via hreflang en content Via hreflang en content Sterkste signaal, maar voor één land
Beheer Eén CMS, één certificaat, één property Per subdomein een DNS-record Per land een domein kopen en verlengen
Hosting Bestaande hosting Kan apart Kan apart
Linkbuilding Eén keer, werkt voor alle talen Deels per subdomein Per land opnieuw
Past bij De meeste B2B- en e-commercebedrijven Markten met eigen software of eigen team Grote merken met lokale organisatie per land

Het beeld: een submap is een extra kamer in een huis dat al verwarmd is. Een landdomein is een tweede huis. Eigen dak, eigen rekeningen, eigen onderhoud. Dat kan prima, maar dan moet je er ook wonen.

Waarom submappen meestal winnen

De reden is simpel: autoriteit. Elke link die je hoofddomein ooit kreeg, helpt direct je nieuwe /de/-pagina’s. Bij een nieuw .de-domein begin je op nul. In een markt waar concurrenten al tien jaar links verzamelen, win je die oorlog niet met een vers domein en vijf persberichten.

Daar komt beheer bij. Eén CMS, één SSL-certificaat, één plek voor redirects, één robots.txt. Elke extra omgeving is een extra kraan die kan gaan druppelen. Bij tien landdomeinen heb je tien kranen.

Vergelijking van submappen en landdomeinen in beheer

Wanneer een landdomein wél de betere keuze is

Submappen zijn niet altijd de beste keuze. Een landdomein loont als:

  • het land een eigen juridische entiteit, eigen assortiment en eigen marketingteam heeft;
  • lokale klanten aantoonbaar meer vertrouwen hebben in een lokale extensie (in Duitsland zie je dat in sommige sectoren);
  • je het domein al jaren hebt en het zelf autoriteit heeft opgebouwd.

Heb je al landdomeinen met een sterk linkprofiel? Dan is migreren naar submappen geen automatisch goed idee. Een migratie van tien domeinen is een grote verbouwing met risico op verkeersverlies. Reken eerst uit wat je wint.

Wanneer een subdomein logisch is

Een subdomein past als een taal of regio technisch apart moet draaien: een ander platform, een lokale partner die de site beheert, of een eigen huisstijl. Kies het om die reden, niet omdat het CMS het makkelijker maakt. Gemak voor de developer is geen SEO-argument.

Hoe je de mappen zelf opbouwt (korte codes, geen dubbele niveaus, consequent kleine letters), staat in ons stuk over een praktische URL-structuur voor SEO.

Hreflang: het adresboek van je site

Hreflang vertelt Google welke pagina de Duitse, Belgische of Franse versie van dezelfde pagina is. Zie het als een adresboek dat elke versie in de kast heeft liggen. Mist één adres, dan raakt de post kwijt.

De regels die Google stelt in de documentatie over gelokaliseerde versies:

  1. Elke versie noemt zichzelf én alle andere versies. Vijf talen is vijf regels hreflang op elke pagina, ook de eigen.
  2. Verwijzingen moeten wederzijds zijn. Verwijst /de/ naar /fr/ maar /fr/ niet terug, dan kan Google de tags negeren.
  3. Gebruik volledige URL’s, inclusief https:// en domein.
  4. Taalcodes volgens ISO 639-1 (nl, de, fr), optioneel gevolgd door een regiocode volgens ISO 3166-1 Alpha 2 (nl-BE, de-AT). Een regiocode zonder taal werkt niet. En het Verenigd Koninkrijk is GB, niet UK.
  5. Gebruik x-default voor de terugvaloptie. Google introduceerde x-default voor internationale landingspagina’s, zoals een taalkeuzepagina of je Engelse hoofdversie.

Een voorbeeld voor een Nederlandse site met een Belgische en Duitse versie:

<link rel="alternate" hreflang="nl-nl" href="https://voorbeeld.nl/nl-nl/dienst/" />
<link rel="alternate" hreflang="nl-be" href="https://voorbeeld.nl/nl-be/dienst/" />
<link rel="alternate" hreflang="de-de" href="https://voorbeeld.nl/de-de/dienst/" />
<link rel="alternate" hreflang="x-default" href="https://voorbeeld.nl/nl-nl/dienst/" />

Deze vier regels staan op alle drie de pagina’s. Precies hetzelfde blok.

Genereer hreflang, typ het niet

Handmatige hreflang-lijsten gaan stuk. Altijd. Zodra iemand een pagina verwijdert, een URL wijzigt of een redirect zet, wijst het adresboek naar een leeg huis. Laat de tags daarom genereren uit dezelfde data die je taalwisselaar en je routing aanstuurt. Eén bron van waarheid. Op sites met duizenden pagina’s zet je hreflang liever in de XML-sitemap dan in de head, zodat de HTML licht blijft.

Canonical en hreflang: laat ze niet tegen elkaar vechten

Hier lekt in de praktijk de meeste waarde weg. Hreflang zegt: “dit zijn zusjes, toon de juiste”. Een verkeerde canonical zegt: “negeer mij, kijk naar die andere”. Twee bevelhebbers met tegengestelde orders. Google kiest dan zelf, en meestal niet wat jij wilt.

Google is er duidelijk over. Gebruik je hreflang, dan specificeer je een canonical in dezelfde taal, of de best mogelijke vervangende taal als die niet bestaat. In de praktijk betekent dat bijna altijd: de canonical van /de-de/dienst/ wijst naar /de-de/dienst/ zelf.

De fout die we het vaakst zien: alle taalversies krijgen een canonical naar de Nederlandse pagina, “om duplicate content te voorkomen”. Resultaat: Google ziet de Duitse pagina als kopie, indexeert hem niet, en de hreflang wordt waardeloos. Je hebt dan een Duitse site die niemand in Duitsland vindt.

Wanneer is iets wel duplicate content?

Vertaalde pagina’s zijn geen duplicaten. Google beschouwt taalversies alleen als duplicaten als de hoofdcontent in dezelfde taal is. Voor regionale varianten in dezelfde taal, zoals nl-NL en nl-BE, gebruik je zowel canonicalisatie als hreflang, zodat Google de juiste regionale URL toont.

Tip: maak nl-NL en nl-BE niet voor 99 procent gelijk. Verschillen in prijs, btw-vermelding, verzendinformatie, contactgegevens en lokale woordkeuze (“gsm” naast “mobiel”) geven Google én de bezoeker een reden om de Belgische versie te tonen.

Zie je dat taalversies toch niet in de index komen, dan helpt ons stappenplan voor indexatieproblemen in Google.

Geen automatische redirects op IP-adres

Veel sites sturen bezoekers automatisch naar “hun” land op basis van IP-adres. Goed bedoeld, slecht voor SEO. Googlebot crawlt meestal vanuit de VS en wordt dan steeds naar dezelfde versie gestuurd. De rest van je site zit achter een dichte sluisdeur.

Volgens een technische gids over internationale SEO geldt hetzelfde voor AI-crawlers, die ook vanuit Amerikaanse datacenters werken. Een IP-redirect maakt je internationale versies dan onbereikbaar voor die systemen.

Wat wel werkt: laat elke URL gewoon laden en toon een balk of melding (“Het lijkt erop dat je in België bent, naar de Belgische site?”). Google noemt geotargeting geen exacte wetenschap en raadt aan links te tonen waarmee gebruikers naar de juiste versie navigeren. De bezoeker kiest, de crawler ziet alles.

Meten per markt in Search Console

De landinstelling in Search Console bestaat niet meer. Google heeft het rapport Internationale targeting in 2022 uitgefaseerd en ondersteunt hreflang en de bestaande aanbevelingen gewoon door. Je signalen komen dus uit de structuur zelf: URL, hreflang, taal van de content en lokale gegevens.

Voor meting maak je per markt een aparte property aan, ook bij submappen: een property voor voorbeeld.nl/de-de/ en een voor voorbeeld.nl/nl-be/. Bij landdomeinen is dat sowieso nodig. Eén property voor de hele site gooit alle markten in één emmer. Daalt de indexatie in Frankrijk met 30 procent terwijl Nederland groeit, dan zie je in het totaal niets. Dweilen met de kraan open.

Per markt volg je minimaal:

  • geïndexeerde pagina’s ten opzichte van ingediende pagina’s;
  • vertoningen en klikken uit het doelland (filter op land in het prestatierapport);
  • het aandeel verkeer dat op de verkeerde taalversie landt;
  • conversies per taalversie in je analytics.

In ons stuk over een SEO-dashboard met drie tabbladen lees je hoe je dit overzichtelijk houdt voor management.

Zoekwoorden en content per markt

De structuur is de leiding. Content is het water dat erdoorheen moet. Een perfecte hreflang-opzet met vertaalde Nederlandse zoekwoorden levert weinig op.

Elke taal heeft eigen zoekwoordenonderzoek nodig. Een letterlijke vertaling van je beste Nederlandse zoekterm heeft in het Duits vaak een heel ander volume, en sommige lokale zoektermen hebben geen vertaling. Duitsers zoeken op andere woorden, Vlamingen ook. Wat in Utrecht “offerte aanvragen” is, kan in Antwerpen anders klinken.

Praktisch betekent dit:

  1. Doe per markt zoekwoordenonderzoek in de lokale taal, met data uit dat land.
  2. Laat content schrijven of herschrijven door iemand die de markt en het product begrijpt, niet alleen de taal.
  3. Pas lokale gegevens aan: adres, telefoonnummer, valuta, btw, levertijden.
  4. Bouw links in de doelmarkt. Een Duitse pagina met alleen Nederlandse links blijft een buitenstaander.

De technische en inhoudelijke kant van meertaligheid werken we verder uit in ons artikel over meertalige SEO.

Welke markt krijgt voorrang?

Niet het grootste land, maar het land waar je product het kortste pad naar omzet heeft. Kijk naar vijf signalen:

  • Bestaande vraag: verkeer en aanvragen die nu al uit dat land komen, zonder dat je er iets voor doet.
  • Salespipeline: lopende gesprekken of klanten in die markt.
  • Concurrentie: hoe sterk de lokale spelers in de zoekresultaten zijn.
  • Zoekvolume in de lokale taal: gemeten, niet vertaald.
  • Operationele realiteit: kun je leveren, factureren en support geven in die taal?

Scoort België hoog op vier van de vijf en Frankrijk op twee, dan begin je in België. Eén markt goed, dan de volgende. Tien markten half is tien keer half.

Zet die volgorde in een plan met mijlpalen per kwartaal. Hoe je dat doet, lees je in SEO-roadmap opstellen.

Ons perspectief

Wij zien internationale SEO zelden mislukken op de keuze tussen submap en landdomein. Het mislukt op de uitvoering. Een developer zet hreflang in de templates, een vertaalbureau levert teksten aan, een marketeer koppelt de taalwisselaar. Niemand kijkt of het geheel klopt.

Daarom werken wij direct samen met de webdevelopers, copywriters en linkbuilders die het werk doen. Een advies dat drie maanden in een rapport ligt, levert niets op. Een fout in de canonical die dezelfde week wordt hersteld, wel.

Ons uitgangspunt: eerst één markt technisch helemaal goed, met meting per land. Dan pas uitbreiden. Met een forecast per markt krijg je ook draagvlak bij management, omdat je laat zien wat een extra land in verkeer en aanvragen kan opleveren.

Ramon

Hulp bij je internationale structuur

Twijfel je of je huidige opzet klopt, of sta je op het punt een nieuw land te openen? Met een technische audit brengen we hreflang, canonicals, redirects en indexatie per markt in kaart, met een geprioriteerde lijst acties voor je developers. Wil je eerst een snelle check, dan is er de technische scan. Voor bedrijven die meerdere markten tegelijk uitrollen, bieden we SEO-strategie en interim SEO-management, waarbij we het project ook aansturen.

Veelgestelde vragen

Is een submap altijd beter dan een landdomein?

Nee. Een submap is voor de meeste bedrijven de beste start, omdat alle linkwaarde op één domein blijft en het beheer eenvoudig is. Een landdomein is beter als het land een eigen organisatie, eigen aanbod en eigen marketingbudget heeft. Heb je al sterke landdomeinen, reken een migratie dan eerst goed door.

Heb ik hreflang nodig als ik maar twee talen heb?

Ja. Ook bij twee versies helpt hreflang Google om de juiste versie aan de juiste bezoeker te tonen. Het is zeker nodig bij twee versies in dezelfde taal, zoals Nederland en België. Beide pagina’s verwijzen naar zichzelf en naar elkaar.

Kan ik met een vertaalplugin volstaan?

Een plugin kan de techniek regelen: aparte URL’s, hreflang en een taalwisselaar. Controleer wel of de canonical per taalversie naar zichzelf wijst en of de vertalingen zijn aangepast op lokale zoekwoorden. De plugin bouwt de leiding, het zoekwoordenonderzoek per markt doe je zelf of laat je doen.

Hoe lang duurt het voordat een nieuwe taalversie rankt?

Dat hangt af van de autoriteit van je domein, de concurrentie in de markt en de kwaliteit van de content. Bij een submap op een sterk domein worden nieuwe pagina’s meestal sneller geïndexeerd dan op een nieuw landdomein. Meet het per markt in een eigen Search Console-property, zodat je ziet wanneer het verkeer op gang komt.

Bronnen

Google Search Central: Managing multi-regional and multilingual sites
Google Search Central: Localized versions of your pages
Google Search Central Blog: x-default hreflang for international landing pages
Google Search Central: How to specify a canonical
Google Search Central: What is URL canonicalization
Search Engine Land: Google Search Console to remove International Targeting report
Prerender.io: International SEO, technical issues that break at scale

Aanbevelingen